zondag, september 30, 2007

Garnalenkroketjes.....

Garnalen pellen kan ik als de beste, maar kroketten maken is een heel ander verhaal!

Nodig voor ongeveer 20 kroketten:
200 gram (room) boter, 250 gram bloem, 50 gram gemalen parmezaan, 2 dl. slagroom, 2 dl. visbouillon, 3 eieren, 3 ons garnalen (hollandse!), sap van 1 citroen, paneermeel, zout, peper en nootmuskaat.

Begin 1 dag vantevoren!
Maak van de bloem, boter, room en bouillon een dikke saus (boter smelten, bloem er bij, goed roeren en het vocht al roerend toevoegen). Pan van het vuur halen en er 2 eidooiers doorroeren (eiwitten bewaren voor dag 2). Voeg hierna de garnalen en kaas toe en maak op smaak met peper, zout, nootmuskaat en citroensap. Goed mengen, in een schaal gieten en minimaal 1 nacht laten opstijven.

De volgende dag:
Neem eerst een seresta in en laat even inwerken.
Zet klaar: 1 schaal met bloem, 1 met 2 eiwitten + 1 heel ei (even kloppen) en 1 met paneermeel. Maak kroketjes (vorm maakt niet zo veel uit, wees blij als er enigszins vorm in komt): Schep een kleine hoeveelheid uit de schaal, rol ze in vorm, doe ze in de bloem, vervolgens in eiwit en als laatste in de paneermeel. Ga in geen geval met je eiwit-vingers in de paneermeel! Gebruik lepels! Bedek alles goed, anders lopen ze leeg bij het bakken! Frituur de kroketten op 180 graden tot ze krokant zijn. Eet ze met een lekkere salade en brood.

Ik vond het een verschrikkelijk kut-werk en heb er nu helemaal de ziekte in want van Dobben verkoopt ze tegenwoordig kant en klaar in de supermarkt! Maar goed, dan heten ze wel croquetten en dat klinkt misschien heel sjiek, maar die van mij zijn toch heel wat smakelijker!

woensdag, september 26, 2007

De nieuwe Bouillon is uit!



Het najaarsnummer 2007, met wederom een verhaal van onze eigen Nico!
Een fragment:
De Hamsnijder, door Nico Dijkshoorn

Enkele weken geleden las ik het zoveelste interview met Jonnie Boer. Ja, we wisten het nu allemaal wel. Hard werken, de goede smaken, lieve vrouw, details, Johannes van Dam had suikerziekte en af en toe moest je met je kop in je nek midden in een weiland gaan staan om de koeien, het gras en de Nederlandse kleigrond in je lichaam te laten stromen. En we moesten met zijn allen naar San Sebastián. Want daar gebeurde het.
Ik was nog nooit in San Sebastián geweest, maar kon de stad wel uittekenen. Steeds meer topkoks beschreven de stad als een nieuw magisch centrum van de gastronomie. Ferran Adrià, de stikstofprutser uit Rosas was inmiddels oud nieuws. Die stond iedere avond in een emmer vloeibaar ijs te roeren om paarden- biefstuk in eetbare gloeilampjes te veranderen. Kansloos.

Nee, dan San Sebastián. Waar de inwoners ´s avonds de bergen intrekken om snuivend aan boomwortels naar truffels te zoeken. San Sebastián waar men huilend eet. Ook Jonnie raakte er niet over uitgesproken. De eerlijke tapacultuur vertaald naar de 21e eeuw. Een fragmentatiebom vol smaken. Dat soort teksten. De Harry Mulischen en Remco Camperts van Spanje schrijven niet maar koken. Geniën staan heel geconcentreerd aan een stukje zwarte varkensworst te luisteren, om de taal van hun geboortegrond in het oor te laten vloeien. Mythische vormen nam die stad aan. Het werd tijd om daar zelf eens huilend door de straten te lopen......


Bestellen dus dat nummer! Ook te koop in de betere boekhandel.

maandag, september 24, 2007

Beertender


Mensen wat een toestand hè er gebeurt hier niet veel meer. Sorry hoor. Ik heb een beertender gewonnen bij de tennisclub. Is dat culinair, ik weet het niet. Maar goed wat maakt het uit. Mijn geliefde was in ieder geval heel blij. En ik ook ik won geen wedstrijd bij het clubkampioenschap maar wel een beertender. Dat zegt genoeg over de prognose mbt mijn tenniscarrière. Maar goed dat terzijde het gaat hier over koken. Dat gaan we binnenkort wel weer doen hier wat schrijven over koken. Maar nu nog even over die beertender het is een geniaal ding. We hebben eerst een vaatje heineken getest en zijn nu aan de wiekse witte begonnen. Nou ik moet zeggen het is een lekker tapbiertje.
U wilt natuurlijk weten wat dat kost ja een flesje is goedkoper. Maar uit zo'n vaatje van 9 a 10 euro tap je een krappe 20 biertjes. En ze zijn echt lekker. Ik zou nooit een beertender kopen zelf maar er een winnen dat is dan toch wel een genoegen. En dan mag je ook nog lid worden van de beertender club. Een soort digitale sportvereniging. Ik werd meteen Silver Member na het invoeren van de eerste fustcode. En ik krijg het originele Heineken Beertender schort opgestuurd. Als je in drie maanden 9 vaten er doorheen jaagt dan wordt je goldmember. Dus dat is nu het target. Een nadeel is dat dat onding wel wat prominente ruimte in je keuken inneemt. Dus de Magimix moest voorlopig even in het keukenkastje, totdat de beertender naar de zolder gaat.