vrijdag, november 19, 2004

MAÏS MOET JE LEREN

Een enorm ondergewaardeerd leuk hebbekookdingetje in de keuken is de maïskolf. Ja, losse maïs, lieve mensen, dat kennen we allemaal wel vanuit de zesderangs restaurants, waar men bij wijze van lekker exotisch met een snufje Mexicaans je hele bord vol flikkert met suf gekookte maiskorrels. “Die geef je maar aan je moer, maar niet aan mij” zeg ik altijd, want dat is zó belangrijk, duidelijkheid in een restaurant. Je moet maar zo denken, we hoeven ook weer niet niet allemaal verkleed als zwetende Jood met een leren vestje op zijn Johannes van Dams te zitten zeiken over de hardheid van een crème brulee korstje, maar een beetje mondigheid kan soms geen kwaad.

Zo was ik laatst in een zogenaamd toprestaurant waar men de originele T-Bone steaks uit Nevada zou serveren. Was ik wel benieuwd naar. Goed, het vlees komt op tafel en ik zie meteen dat het een steak uit Oregon is. Is heel makkelijk te zien want het bot in de steak groeit in Oregon veel meer naar de zon toe, omdat koeien altijd op de warme helft van de bergflank staan. Dus ik zeg er iets van. Ik zeg alleen maar: “Oregon he….” Zegt die serveerster: “nee, deze is naturel, zonder oregano.” Nou, ja, kwader kun je mij dus niet krijgen en toen heb ik in mijn machteloze woede, want er zijn toch andere mensen in dat restaurant, je moet je toch inhouden, die T-Bone in een keer tegen het raam geflikkerd. Er stonden net een paar mensen bij het raam de menukaart te lezen en die dachten: “ha, leuk, Oud-Grieks je vlees over je schouder gooien” en toen is het later toch nog een hele leuke avond geworden, vooral met die Tessalikina, wat een heel raar lekker gek kookwijf bleek te zijn, maar daar gaat het niet om, het gaat om de deskundigheid. Die miste ik daar gewoon even.

Maïs met zoet water op je bord, dat moet dus niet. Maïs kan eigenlijk helemaal niet meer. Het is ook gewoon een hele laffe groente. Blijft weinig van over, van de bravoure die ze nog wel hebben als ze lekker makkelijk tegen elkaar aan zitten geklit op die kolf. Meteen van die domme deukjes in hun velletje als ze wat afkoelen. Echte onderduikgroente.

Maiskolfjes rulen echter wel weer helemaal überfantastisch. Alleen al zo’n keiharde kolf in je hand hebben, dat is waar het mij in het koken om gaat. Andere groenten geven zich vrij gemakkelijk gewonnen als je ze in het kokende water flikkert, maar een maïskolf blijft gewoon een enorm robuuste vriend voor het leven, ook gaar gekookt. Hij daagt je uit, een maïskolf. Vreet me maar op als je kan, rare imbeciel, dat zegt een goed klaargemaakte maïskolf eigenlijk, stel hij kon praten.

Morgen daarom hier een daverend maïskolf recept voor happy now people die koken veel meer als een way of living zien. Want nogmaals, koken dat ben jij zelf. Ok dan! Zie ik jullie morgen. En doe eens een keer iets leuks aan.